Waarom liet God mij sterven als een graankorrel in de aarde?

Heftige titel he? Maar zo was het vorig jaar echt voor mij. Ik voelde me dood en levenloos. Ik denk zoals net zoals de graankorrel die Jezus in Johannes 12:24 aanhaalt.

Waarom Heer? Waarom moest ik zo diep gaan? Hoe kon U dat toelaten? Waar was Uw troost? Hoe zorgde u voor mij? Dat zijn de gedachten die de afgelopen weken mijn hoofd vulden. Gelukkig heeft Hij mij de afgelopen tijd antwoord gegeven. Mijn stervende gevoel had zin. De burn-out was van nut.

Lees hier meer over mijn diepe dal:

De oogst

“Het Koninkrijk van God kan vergeleken worden met een boer die zijn land inzaaide. Na verloop van tijd kwam het zaad op. Het groeide vanzelf zonder dat de boer er iets aan deed. Eerst kwamen er jonge halmpjes uit de grond. Later kregen ze aren. Ten slotte kwamen er dikke, volle graankorrels in de aren. Zodra het graan rijp was, nam de boer zijn sikkel en haalde de oogst binnen.”

Marcus 4:26-28

De Boer kijkt tevreden uit over zijn veld. De wind waait door Zijn veld vol aren. De aren hangen zwaar van de dikke graankorrels. De boer glimlacht. Dit is altijd het leukste moment, de oogst binnenhalen. Een paar maanden geleden waren het nog maar een paar korrels, nu hebben ze zich vermenigvuldigd alsof het niets is. De boer pakt zijn sikkel en haalt de oogst binnen. Hij houdt een graankorrel in de hand en bekijkt deze van dichtbij. Hij zag dat het goed was.

Deze oogst is natuurlijk nog niet genoeg. Hij heeft miljoenen aren vol graankorrels binnengehaald. De ruimhartige boer is enorm blij dat Zijn schuur gevuld is, maar er is nog zoveel meer ruimte voor meer graankorrels.

De boer besluit om opnieuw te zaaien. Hij neemt hier echt de tijd voor, want Hij weet dat het voor een graankorrel tegennatuurlijk is om te sterven. De Boer houdt echter de oogst in het vooruitzicht. De graankorrel moet namelijk eerst sterven en begraven liggen in de aarde, voordat het een vruchtdragende aar kan worden.

Graankorrel zaaien

Op dit punt zoomen we even in op een graankorrel. Laten we zeggen dat ik dit ben. Ik ben net gescheiden van mijn familie. We zaten zo veilig bij elkaar, maar nu heeft de Boer mij weggehaald. Ik voel me veilig in zijn warme hand, maar ik weet niet wat Hij gaat doen.

“Hallo kleintje, wat Ik nu ga doen voelt voor jou heel onnatuurlijk. Maar vertrouw erop dat dit het beste is voor jou. Over een paar maanden zal je veel andere graankorrels voortbrengen.” Ik kijk in Zijn vriendelijke warme ogen. Een blik in Zijn ogen en ik weet dat ik veilig ben. Maar als ik vervolgens naar de aarde kijk voel ik de angst in me opborrelen.

Ik voel hoe Hij me zachtjes laat vallen in de aarde. Bovenop de zachte aarde voelt het nog heerlijk. Ik geniet van de warme zon. De Boer blijft bij mij en de andere gezaaide graankorrels zitten.

De graankorrel sterft

Na een tijdje begin ik dorst te krijgen. Smekend kijk ik naar mijn Boer, maar Hij blijft zitten. Ik zie wel medelijden in Zijn ogen, maar Hij blijft zitten.

“Help”, schreeuw ik, “Waarom blijft U daar zitten, ziet U niet dat ik zo langzamerhand opgebrand raak hier in de hitte? Ik heb water nodig!”

Angst slaat me om het hart. Waarom helpt de Boer mij niet? Ik dacht dat Hij mij altijd zou helpen. Waarom komt Hij me niet te hulp?

Hoe langer ik in de brandende zon lig, hoe meer ik het leven uit mij voel vloeien. Ik voel me alleen nog maar een omhulsel. Is dit nou waar ik voor bedoeld ben? Van de andere korrels wordt tenminste nog brood of zelfs taart gemaakt. Zie mij nou liggen hier in de grond. Wat ben ik voor een mislukte graankorrel.

“Zie mij nou liggen hier in de grond. Wat ben ik voor een mislukte graankorrel. “

Suzanne

Ik voel woede in mij opborrelen. Ik kan niets meer zien, niet meer eten en niet meer helder denken. Ik ben niks meer, nutteloos. Langzaam zak ik door de aarde naar beneden. Eenmaal begraven in de aarde word ik omhuld door diepe negatieve duisternis. Ik voel me dood, leeg, opgebrand en teleurgesteld. Vooral teleurgesteld in mijn Boer. Ik snap Hem niet. Waar is Hij nu?

Tranen van hoop en nabijheid die je dorst lessen

Dan net op het punt waarop ik dacht dat ik eeuwig dood zou blijven, voel ik iets van nattigheid. Ik probeer weer te drinken. Tegelijkertijd moet ik enorm hard huilen. Huilen om deze situatie, om dat diepe gevoel van verlatenheid. Eenzaam achtergelaten door een Boer die ik dacht te vertrouwen. Waar is Zijn troost? Waar is Zijn nabijheid?

Even later voel ik weer nattigheid. Ik proef het water, het proeft niet naar regen. Het is zout, het lijken wel tranen. Zou het kunnen, dat de Boer moet huilen om mijn verdriet?

Hoe meer ik gevuld wordt met het water, hoe meer hoop ik krijg. Ik kan steeds beter nadenken en krijg zelfs weer hoop.

“Wat Ik jullie zeg, is de waarheid: een graankorrel moet in de aarde vallen en sterven, anders blijft er alleen maar een tarwekorrel. Maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort.”

Jezus in Johannes 12:24

Ineens herinner ik me de woorden die Hij tot me sprak voordat Hij me losliet in de aarde. Hij had beloofd dat ik veel graankorrels zou voortbrengen. Ik bedenk me dat het echt zou kunnen dat Hij moet huilen om mijn verdriet. Dat zou betekenen dat Zijn tranen ervoor zorgen dat ik weer kan drinken. Dat zou betekenen dat Hij dichtbij mij is en voor mij zorgt.

De graankorrel wordt sterker en groeit.

Ik voel me steeds sterker worden. Ik begin weer te herinneren hoe goed de Boer voor mij had gezorgd. Ook al is het nog steeds donker, ik durf nu weer te vertrouwen. Ik moet nog steeds huilen om deze duisternis, maar Zijn tranen geven mij troost. Hij is erbij.

Na een paar weken lijkt het steeds lichter te worden. En er komt een dag waarop ik mijn kop weer boven de grond uit kan steken. Meteen kijk ik in de meest vriendelijke warme ogen die ik ooit heb gezien. Zijn gezicht is betraand en vlekkerig. Ik zie dat Hij veel gehuild heeft. Zijn baard is langer geworden.  

“Hoi kleintje, wat was jij dapper zeg. Ik ben enorm trots op je. Wat ben ik blij dat je er weer bent. Ik weet dat het zwaar is geweest voor je, maar vanaf nu zal je steeds sterker worden en vrucht gaan dragen. Je gaat een zegen zijn voor andere graankorrels.”

Het plantje is uit de duisternis. Maar het is wel duidelijk dat dit jonge plantje nog niet zoveel vrucht kan dragen.

Ik ben nu nog een jong halmpje. Ik voel me nog niet sterk genoeg om veel graankorrels te dragen. Maar nu weet ik dat mijn Boer mij nooit in de steek zal laten. De graankorrels komen pas, als ik sterk genoeg ben. En tot die tijd mag ik genieten van Zijn zorg. Ik mag groeien en sterker worden.

Zijn Vaderhart

Ik heb er nooit bij stil gestaan hoe moeilijk het voor een Vader is om Zijn kinderen door een donkere tijd te leiden, zodat ze op een betere plek komen. Het zal enorm pijnlijk voor Hem zijn om ons verdriet te zien. Zoals je de pijn van je eigen kind op je zou willen nemen.

Maar Hij weet dat het voor een goed doel is. Ik weet dat ik nu nog niet zoveel graankorrels kan dragen. Dat kan ik als jong halmpje nog niet. Maar straks zal ik een sterke aren zijn die zwaar hangt van de vruchten.

Mijn Vader en de Boer hield teveel van mij om me te laten op de plek waar ik was. Dan zou ik alleen maar een graankorrel zijn.

Knuffel van Suus

Deel deze post:

2 Reacties

  1. Wauw zo mooi!! En helaas ook zo herkenbaar….
    Ik probeer er ook op te vertrouwen dat God hier een plan voor mij mee heeft.

    1. Bedankt voor je reactie! Wat naar dat je dit gevoel kent. Het is zo’n gevoel dat je niemand gunt he?
      heb je ook een burn-out?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schrijf je nu in

En ontvang als Eerste de Nieuwste tips en ervaringsverhalen

Schrijf je nu in

En ontvang als Eerste de Nieuwste tips en ervaringsverhalen